Pensioenfonds Pensioensparen Verzekeringsmaatschappijen

BVPI: enkele bedenkingen bij de voorstelling van het jaarverslag 2013

De Belgische Vereniging van Pensioen Instellingen (BVPI) stelde het jaarverslag 2013 voor.

Een paar opvallende conclusies:

Er zijn voor het eerst meer werknemers en zelfstandigen met een aanvullende pensioen in tweede pijler dan pensioenspaarcontracten in derde pijler. In tweede pijler zijn er 2,8 miljoen aangeslotenen. In derde pijler zijn er 2,7 miljoen pensioenspaarcontracten. Het aantal aangeslotenen in tweede pijler verdubbelde in 10 jaar tijd.

Het aantal arbeiders met een aanvullend pensioen steeg sterk. Dat gebeurde vooral onder impuls van de sectorale pensioenplannen in de metaal- en de bouwsector en in de zorgsector.

De tweede pijler is opgedeeld in pensioenfondsen en groepsverzekeringen. Bij pensioenfondsen is het rendement niet gegarandeerd. In een groepsverzekering is dat wel het geval. De wetgever legt zelfs een minimumgarantie op van 3,25% op de stortingen van de werkgevers en 3,75% op de stortingen van de werknemers. Dat heeft een impact op de manier waarop pensioenfondsen en verzekeraars hun beleggingsportefeuilles samenstellen. Bij pensioenfondsen is het percentage aandelen, afhankelijk van de grootte van het fonds, tussen 34% en 39%. Voor obligaties is dat tussen 47% en 51%. Verzekeraars hebben een veel hoger percentage obligaties en veel minder aandelen in portefeuille. In de huidige marktomstandigheden weegt dat uiteraard sterk door in de rendementen.

Het rendement van het segment pensioenfondsen in de tweede pijler bedraagt in 2013 nominaal 6,73%. Na inflatie wordt dat reëel 5,71%. Op een duurtijd van 20 jaar wordt dat afgevlakt naar nominaal 5,62% en reëel 3,47%.

 BVPI_2

Enkele bedenkingen:

De stijging van het aantal aangeslotenen in de tweede pijler is uiteraard positief nieuws. Het mag echter geen aanleiding zijn voor blind hoerageroep. De aangroei gaat immers niet geleidelijk. In de periode 2007 / 2008 startte de bouw- en de metaalsector met een aanvullend pensioenplan. In 2012 deed de non-profit sector hetzelfde. Het zijn die twee beslissingen die voor de snelle groei van de tweede pijler gezorgd hebben. De democratisering van de tweede pijler in België is dus voor een belangrijk gedeelte afhankelijk van de goodwill van de grote paritaire comité’s. Er is een duidelijke trendbreuk pro aanvullende pensioenvorming merkbaar in de opinie van de mensen maar die vertaalt zich niet noodzakelijk  in een stijging van de tweede pijler.

 

De mediaanwaarde voor verworven reserves in tweede pijler bedraagt slechts 3565 euro. Een belangrijk gedeelte van de aangeslotenen kapitaliseert dus een te verwaarlozen bedrag. Dat is deels een gevolg van de nog te beperkte looptijd van de twee grote sectorale plannen. Het percentage van het loon dat aan aanvullende pensioenvorming wordt besteed in die sectorale plannen is echter veel te beperkt. Voor veel mensen bedraagt die bijdrage amper 1 tot 2%. Het volstaat niet om de deelname aan de tweede pijler te verbreden, er is ook een verdieping nodig.

Pensioenfondsen hebben impliciet een grotere vrijheid om hun beleggingsportefeuilles samen te stellen. Ze hebben geen rendementsverplichting en dat resulteert in een groter percentage aandelen. De volatiliteit van de portefeuilles stijgt op die manier maar in principe zou ook het rendement moeten hoger liggen. Dat laatste is zeker waar maar het verschil op langere termijn is relatief beperkt. Zonder de halsstarrigheid van minister Vande Lanotte zou het verschil nog beperkter kunnen zijn. De voogdijminister blijft vasthouden aan de verplichte rendementsgaranties zoals die voorzien is in de Wet Aanvullende Pensioenen. Die garantie is echter een verplichting in hoofde van de werkgever. Begin 2013 hebben een aantal grote verzekeraars hun gegarandeerd rendement in groepsverzekering verlaagd. Dat laat die maatschappijen toe om een gezonder financieel beleid te voeren. Het geeft de maatschappijen ook de kans om wat minder rigiditeit in hun portefeuilles in te bouwen. Op termijn moet dat het rendement zelfs ten goede komen. Het wordt dan ook tijd dat Vande Lanotte zich bezint over zijn principieel standpunt dat allicht vooral zijn eigen achterban goed uitkomt. Een gezonde verzekeringssector heeft nood aan zuurstof. Het krampachtig vasthouden aan vastgeroeste patronen heeft geen meerwaarde.

One comment

  1. Dag Hedwig,

    Even een persoonlijke comment bij deze post: Bedankt voor de extra diepgang die je eraan geeft in vergelijking met het gros van de media die hierover heeft bericht. Je maakt een sterk statement maar, ik denk dat je gelijk hebt dit zo te stellen. Over de minimumgarantie in de WAP, dit weegt niet enkel op de verzekeringssector maar eveneens op de bedrijven wanneer de verzekeraar hun rentevoet laten zakken.

    Beste groeten,
    Stijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.