Aanvullende pensioenen Levensverzekering Verzekeringsmaatschappijen

Verkoop portefeuilles levensverzekeringen kan verzekeraars zuurstof geven

Vorige week verscheen er een bizar bericht in de Tijd. CEO De Winter en CFO Henk Janssen van Baloise Insurance hebben bezoek gekregen van investeerders die geïnteresseerd zijn in de overname van hun portefeuille levensverzekeringen. Het zou om twee Britse investeringsfondsen gaan. Henk Janssen stelde dat ook andere verzekeraars in België hetzelfde verzoek hebben gekregen.

Op zich is dat niet vreemd. Een aantal maatschappijen slepen portefeuilles levensverzekeringen met gegarandeerde rentevoeten mee, waarvan de garantie een stuk boven de actuele marktrente ligt. Die portefeuilles zijn weliswaar ingedekt op het moment dat de polissen werden uitgegeven maar de looptijd van die indekking is vaak korter dan de afgegeven garantie. Als die garantie moet geherfinancierd worden tegen de huidige marktcondities zouden bepaalde maatschappijen in ademnood kunnen komen omdat het verschil tussen assets en liabilities te groot is. In dat geval zal het FSMA de portefeuille aan een alarmbelprocedure koppelen en de maatschappij verplichten om extra kapitaal te voorzien. Vanaf 2016 wordt ook Solvency II van kracht. Dat is een Europese maatregel om het kapitaal van de verzekeringsmaatschappijen bijkomend te verstevigen.

Oplossingen

In een kaderstukje naast het artikel suggereert de journalist van De Tijd een aantal oplossingen. De rente zou kunnen aantrekken en dan lost het probleem zichzelf op. De meeste economen zijn het er echter over eens dat dit scenario weinig waarschijnlijk is. De tweede suggestie van De Tijd is een zeer bizarre. De financiële krant suggereert dat de regelgever de maatschappijen kan toelaten om de bestaande rentevoeten in de lopende contracten te verlagen. Dat voorstel is niet enkel bizar, het zou zelfs een schending inhouden van een fundamenteel rechtsprincipe. De regelgever kan ingrijpen in het rentekader maar hij kan niet ingrijpen in de contracten die tussen partijen gesloten zijn, tenminste voor zo ver die voldoen aan de op dat moment vigerende wetgeving.

Wat alleszins ontbreekt in de summiere suggesties van de Tijd is nuance. Om de problematiek van de bestaande portefeuilles levensverzekering goed in kaart te brengen is een opdeling tussen tweede en derde pijler nodig. In de derde pijler, zeg maar ruwweg de individuele levensverzekeringen, hanteert de regelgever geen gegarandeerde minimumrente maar een toegelaten maximumrente. Het is dus de commerciële honger van de maatschappij zelf die bepaalt of haar productportefeuille gezond is. Eenmaal het contract gesloten is, wordt de afgesproken rentevoet tussen de contracterende partijen echter wel een minimumkader. De maatschappij kan daar enkel positief van af wijken door de uitkering van een jaarlijks te bepalen winstdeelname. Voor de oude klassieke levensverzekeringen is dat vervelend. De afgesproken rentevoet geldt namelijk voor de ganse duurtijd van het contract, ook voor premies die in de toekomst betaald worden. Noem dat gerust Kafka. Voor de nieuwere Universal Life contracten is de garantie beperkt in de tijd. Ze geldt ook niet voor nog te betalen premies. De meeste maatschappijen hebben ondertussen hun productstrategie in de derde pijler bijgesteld en hanteren veel lagere technische rentevoeten dan wat in het verleden werd opgebouwd.

In de tweede pijler liggen de zaken helemaal anders. Daar hanteert de overheid een minimumrente van 3,25% voor de werknemersbijdragen en 3,75% voor de werkgeversbijdragen. Er zit ook een scheef kantje aan die regeling. De garantie weegt namelijk op de werkgevers. De verzekeraars leveren enkel een beleggingsmechanisme om dat rendement vast te houden. De feitelijke situatie op de markt bewijst echter dat die hoge garantie onzin is. Veel verzekeraars hebben hun technische rentevoeten verlaagd onder het vereiste minimum maar ze tonen hun goodwill en passen voorlopig het rendement jaarlijks bij tot aan dat minimum via de winstdeelname. De vraag is hoelang ze dat willen of kunnen volhouden, ook al gezien de toenemende druk van de Europese regelgeving voor Solvency.

Een tweede belangrijk argument contra zijn de resultaten van de pensioenfondsen. Zij zijn niet gebonden aan strikte garanties en hanteren daardoor een ander beleggingsbeleid. Dat reflecteert zich op dit moment in een veel sterker resultaat.

Naar de toekomst toe hebben de meeste maatschappijen hun productengamma voldoende veilig uitgebalanceerd. Voor een aantal maatschappijen blijft de bestaande portefeuille echter een blok aan het been. Een blok dat alleen maar zwaarder gaat wegen na de invoering van SolvencyII en zelfs impact heeft op een normale bedrijfsvoering.

Naar een nieuw business model

De digitalisering grijpt sterk in op een aantal business modellen die al decennialang bestaan. De verzekeringsindustrie hoort daar zeker bij. Maatschappijen zullen veel transparanter moeten worden en ze zullen de belangen van de klant als uitgangspunt moeten gebruiken. Die switch vraagt een fundamentele mentaliteitswijziging. Ze vraagt ook een sterke financiële uitgangspositie. Portefeuilles die beladen zijn met een historisch opgebouwde renteproblematiek draineren het kapitaal weg dat nodig is om zich voor te bereiden op de nieuwe marktomstandigheden. De piste om die portefeuilles te verkopen of in run-off te plaatsen is niet onverstandig. Het creëert ruimte om een toekomstgericht, mean&lean business model neer te zetten.

Het bericht over Baloise veroorzaakte in de financiële sector enige deining. Ook dat is vreemd. De operatie om moeilijk gestructureerde verzekeringsportefeuilles weg te saneren is helemaal niet uitzonderlijk. Fidea verkocht een paar weken geleden haar portefeuille pensioenen aan AG Insurance. Wie vertrouwt is met de sector weet dat die portefeuille niet van de hoogste kwaliteit is. Overnemer AG Insurance voldoet aan de kwaliteiten die de Britse investeringsfondsen in de case Baloise ook vooruit schuiven. De maatschappij kan schaalgrootte opbouwen en ze beschikken over de technologie om de portefeuille efficiënt te integreren en te beheren. Bovendien heeft AG Insurance een stevige kaspositie. Uit commentaren van woordvoerder Gerrit Feyaerts blijkt dat de voorwaarden van de overname voldoende evenwichtig zijn. Alle betrokken partijen varen er dus wel bij.

De verzekeringsindustrie moet zich bezinnen over een strategie voor de nieuwe digitale samenleving. Het oplossen  van financiële ballast uit het verleden is een belangrijke component. Maar het is lang niet de enige uitdaging. De  banken worden momenteel sterk bedreigd in een van hun kerncompetenties, het betaalverkeer. De verzekeringssector wordt nog even gespaard. De vraag is hoe lang nog.

 

TIP: Tijdens THE FUTURE OF LIFE INSURANCE gaan we dieper in op de vier belangrijke bedreigingen voor de sector: lange  termijnrente | digitalisering | regelgeving | globalisering |

Klik hier voor het programma.

Inschrijven kan via het inschrijvingsvak onderaan de programmapagina

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.