Uncategorized

Supercommissies via Ierse levensverzekeraars

Korte samenvatting : De Ierse levensverzekeraars rekenden hoge niet transparante kosten aan maar daar werden vooral de makelaars beter van. De aanbrengcommissie van de polis gecumuleerd met de commissie in de fondsen kon makkelijk meer dan 10% bereiken.

Bij de recent opgedoken vermeende fraudegevallen met levensverzekeringen in ons land, staan vooral de polissen naar Iers recht onder vuur. Via maatschapijen zoals SEB Life International (destijds Irish Life International) en Hansard Global zijn het laatste decennium tientallen miljoenen euro’s in obscure en vaak erg fantasievolle constructies belegd. Een belangrijk gedeelte van dat geld is ondertussen in rook opgegaan of zit geblokkeerd in illiquide fondsen.

De Ierse levensverzekeraars hanteerden kostenstructuren die op het eerste zicht erg acceptabel waren. Op basis van een document van het vroegere Irish Life International (ILI)wordt duidelijk dat de klanten een rad voor de ogen werd gedraaid. Het zijn echter vooral de bemiddelaars die met de vette vergoedingen gingen lopen.

Ierse levensverzekeringsconstructies hebben een complexe kostenstructuur die verschilt van de techniek die we in België toepassen. In de levensverzekeringsmantel zit een combinatie van  instapkosten, beheerskosten (trail) en (tijdelijke) uitstapkosten.  Die kosten worden verdeeld tussen de verzekeringsmaatschappij en de bemiddelaar die er zijn commissies uit puurt. De beleggingsfondsen die de verzekeringsnemer in zijn polis onderbrengt, zijn geen interne verzekeringsfondsen zoals in België maar fondsen die op de financiële markten ook zonder verzekeringsmantel verkrijgbaar zijn. Uiteraard hebben die een eigen kostenstructuur die bovenop de kosten van de verzekeringsmantel komt. Die extra vergoedingen worden meestal verrekend in de prijs van de eenheden die een investeerder aanhoudt in zijn polis. Ze zijn dus veel moeilijker zichtbaar. Voor grotere bedragen moet de verzekeringsnemer in een polis naar Iers recht ook een vermogensbeheerder aanduiden die zijn beleggingsportefeuille stuurt. Ook dat kost geld. De bancaire transacties die de beheerder uitvoert, zijn een extra kost.

Verdisconteerde instapkosten

De polis van ILI propageerde destijds dat er geen instapkosten waren. De maatschappij rekende zelf inderdaad geen instap aan maar de makelaar kon wel kiezen voor een riante afsluitcommissie, die integraal bij aanvang van het contract werd uitgekeerd. Die instapvergoeding kon maximaal 6% zijn. ILI rekende die 6%, gespreid over 8 jaar, door aan de klant via de beheerskosten. Concreet betaalt de verzekeringnemer 0,80% extra gedurende de eerste acht jaar. Die extra kosten kwamen bovenop de 0,70% die de maatschappij zelf nam. Daarmee was het plaatje echter niet af. De makelaar kon ook nog eens kiezen voor een jaarlijkse beheersvergoeding. Die kon schommelen tussen 0,25% en 1%. In het slechtse geval betaalt de verzekeringsnemer dus 2,50% beheer, enkel voor de verzekeringsmantel.

Upfront ILI

Voorbeeld:

Stel dat een makelaar voor de maximale instap- en beheersvergoeding kiest en de klant belegt 100.000 euro. De totale beheersvergoeding bedraagt dan 2,50 % gedurende de eerste acht jaar. In jaar 9 valt ze terug naar 0,70%.

De makelaar krijgt een afsluitcommissie van 6000 euro upfront betaald. Jaarlijks strijkt hij nog eens 1000 euro op gedurende de volledige looptijd van de polis.

Extra kosten voor de fondsen

We hebben het dan enkel nog maar over de levensverzekeringsmantel zonder fondsen. ILI was gespecialiseerd in het aanbieden van zogenaamde niet gecorreleerde fondsen. Die zijn vaak erg weinig transparant,  en beloven de beleggers een meer dan marktconform rendement. Een fonds dat in de periode  2008-2009 de markt op knalde was het in Guersney gevestigde Dominion. Het fonds belegde in die periode in zogenaamde with profit levensverzekeringen van de Engelse maatschappijen Norwich Union en Prudential. Op zich is daar niks mis mee, zij het dat with profits op dat moment als een twijfelachtige reputatie hadden, voornamelijk omwille van hun ontransparante beheer. Dominion bood de fondsen aan in een zuivere vorm (formule X0) maar ook in een formule met een hefboom erop. In de categorie X1 was die hefboom 100%. In de categorie X2 zelfs 200%.

Dominion Xfunds

De beloofde rendementen in die fondsen met hefboom logen er niet om. Investeerders die een gemengde portefeuille Norwich Union / Prudential in de formule X2 opbouwden kregen een rendement voorgespiegeld van 29,81% in 2005, 14,15% in 2006 en 13,97% in 2007.

De beloofde commissies waren navenant. Afhankelijk van de grootte van de productie konden makelaars minimaal 3% en maximaal 5% afsluitcommissie krijgen. Dominion rekende de klanten 1,68% jaarlijkse beheersvergoeding en schoof ook daar een gedeelte van door naar de makelaar. Voor de verzekeringsnemer komen deze kosten bovenop de vergoeding van ILI. Voor de makelaar moeten ze gecumuleerd worden met de vergoedingen van ILI.

Stel dat de verzekeringsnemer in ons voorbeeld van hierboven de volledige som belegd heeft in een contract Dominion, dan stijgt de afsluitcommissie voor de makelaar minimaal naar 9000 euro en maximaal naar 11.000 euro. De beheersvergoeding die hij jaarlijks krijgt is afhankelijk van zijn afspraken met Dominion en ILI.

ILI werkte aanvankelijk samen met een paar grote masterbrokers. Vooral Master Finance en Kobelco waren belangrijke leveranciers. In 2008 publiceerde Kobelco een belegd vermogen van bijna 250.000.000 euro via ILI. Dat was een derde van de totale portefeuille van de masterbroker. In 2009 gingen de grote masterbrokers over kop. ILI werd overgenomen door SEB Life International. De maatschappij bleef actief in België, onder meer via het platform Arlis Investments dat begin van dit jaar zijn activiteiten stop zette.

Nood aan een dynamiserend regelgevend kader

Het FSMA nam vorig jaar een aantal initiatieven om deze praktijken te stoppen. Het is hoogstens een stap in de goede richting. Een duidelijker risicoprofiel voor beleggingsfondsen op basis van een eenvoudige codering en de verplichting om het investeringsadvies af te stemmen op basis van het klantenprofiel zullen de markt mee opschonen. De banning van een aantal niet gecorreleerde fondsen is echter een retroactieve en subjectieve regeling die slagkracht mist. De maatregelen zijn ook vooral repressief gericht. Het FSMA laat de kans liggen om de levensverzekeringsindustrie te dynamiseren. De regelgever moet een kader durven ambiëren waarin meer mogelijkheden ontstaan voor levensverzekeraars, om hun producten aantrekkelijker en actiever te maken. De Luxemburgse regelgeving voor fonds dédiés is een schoolvoorbeeld voor de ontwikkeling van een dynamische en Europees geöriënteerde levensverzekeringsindustrie. De regelgeving koppelt een strak acceptatiekader in functie van financiële draagkracht aan de mogelijkheden om de levensverzekering uit te spelen als een krachtig instrument voor financiële planning.

1 antwoord »

  1. ik ben ook slachtoffer van deze beerput praktijk Kan dit niet vermeden worden door een betere toezicht
    Onze spaarcenten zijn weg .,nu we ze best konden gebruiken.Conclusie deze malafide beheerders zijn die gestraft ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.