Toezichthouders

Faling Aristophil bedreigt markt voor manuscripten

LheritierIn ons land is de datum voor het indienen van een schadeclaim of een revindicatie van een eigendom tegen beleggingsplatform Aristophil afgesloten. In Frankrijk loopt die procedure nog tot het einde van deze week. Op 10 mei moeten alle claims ingediend zijn. Dan pas zal duidelijk worden welke omvang deze zaak exact heeft. Op basis van de gegevens die momenteel beschikbaar zijn hebben meer dan 18.000 investeerders ongeveer 750 miljoen euro bij Aristophil belegd.

De zaak heeft alle kenmerken van een klassieke oplichtingscasus.

  • De beleggers werd een meer dan marktconforme vastrentende belegging voorgespiegeld. In dit geval bedroeg die gedurende een lange periode meer dan 8%.
  • Het onderliggend actief is slim bedacht maar het is niet aan klassieke financiële indexen of meetinstrumenten gelinkt en daardoor is het nauwelijks waardeerbaar.
  • Stichter Lhéritier creëerde een erg exclusieve hype rond zijn platform. Met chique musea in Parijs en Brussel kon hij het vertrouwen winnen van potentiële klanten. Hij slaagde er ook in om voortdurend bekende koppen in zijn entourage te laten opduiken.
  • Aristophil heeft initieel alle beloftes strikt nagekomen. Zolang de nieuwe inkomsten volstonden om het schema te laten draaien werd de luchtballon verder opgeblazen.

Wat is het probleem van de beleggers?

Lhéritier kocht sedert de opstart van zijn vehikel in 2000 een aantal dure en prestigieuze stukken maar daarnaast kocht hij ook een groot aantal stukken waarvan de marktwaarde veel minder uitgesproken en duidelijk was. Die werden niet uitgestald in zijn poepsjieke musea maar ze verdwenen in achterkamertjes en magazijnen. De gerenommeerde stukken moesten als magneet dienen voor zijn handeltje. De minder bekende stukken zorgen voor massa. De aankoopprijs van bekende stukken is publiek bekend. Die van minder bekende stukken is veel moeilijker te achterhalen. Met de hulp van bevriende experts kon Lhéritier die prijs kunstmatig opblazen en op die manier meteen grote winsten pakken.

Maar ook in de loop van de contracten speelde Lhéritier handig in op het effect van een fictieve waardestijging. De contracten van Aristophil bevatten een terugkoopoptie. Het platform maakte daar actief gebruik. Tijdens de eerste jaren van een contract werd het beloofde rendement correct uitbetaald. Na een paar jaar kreeg de belegger een aanbod tot terugkoop. Vaak gingen ze daarop in omdat Lhéritier een flinke meerwaarde beloofde. De belegger zag meteen alle beloftes ingevuld en was graag bereid om opnieuw te investeren in duurdere spulletjes. De stukken die door Aristophil werden ingekocht, werden ook meteen weer veel duurder doorverkocht. In bepaalde gevallen steeg de waarde met een factor twintig. Om die waardestijging te verantwoorden Lhériter zich omringen met gereputeerde experts die echter vooral zijn belangen verdedigden.

De correspondentie tussen Albert Einstein en Michele Besso werd in 2002 voor 560.000 euro aangekocht door Aristophil. Een expert gelieerd aan Aristophil schatte het later op 24 miljoen euro. In 2014 verkocht Lhéritier het werk aan een Deense investeerder voor 38 miljoen euro.

De aanhoudende en exhaustieve waardestijging van de stukken breekt de beleggers nu zuur op. In principe hebben alle klanten van Aristophil geïnvesteerd in materiële goederen. Bij iedere aankoop kregen ze een officieel certificaat. Als die stukken ook allemaal effectief aangekocht zijn en als ze niet dubbel doorverkocht zijn, zijn ze in principe beschikbaar om uit de failliete boedel te worden opgeëist. Dat kan echter enkel voor investeerders die zelf volledig eigenaar zijn van een stuk. De meeste beleggers zijn enkel mede-eigenaar. In beide gevallen is het maar mogelijk om geld te recupereren door de stukken te koop aan te bieden. De prijs die dat oplevert zal slechts een fractie zijn van wat erin geïnvesteerd is. Allicht ontstaat er ook een overaanbod omdat er veel stukken op hetzelfde moment op de markt zullen komen. Daardoor worden de prijzen nog extra onder druk gezet. De kans op recuperatie van een substantieel deel van de investering is dus erg beperkt. In het netwerk rond Lhéritier werd verder bewarend beslag gelegd op bijkomend actief. Op de rekeningen van Aristophil werd 110 miljoen euro liquide geld geblokkeerd. Het museum in Parijs is ook eigendom van de vennootschappen in het netwerk. De waarde ervan wordt begroot op 35 miljoen euro. De manier waarop de failliete boedel wordt afgewikkeld zal bepalen hoe groot de kater is waar de beleggers mee achter blijven. Een verkoop van alle stukken lijkt alleszins niet de meest voordelige strategie.

Ondertussen blijven de website en de Facebookpagina die onder de naam CPARTI probeerden om de zaak van Aristophil te verdedigen, al meer dan een maand zonder updates. Die radiostilte viel ongeveer samen met de faling van de Franse vennootschappen en de in verdenking stelling van zaakvoerder Lhéritier.

Categorieën:Toezichthouders

Getagd als:, , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.