Spring naar inhoud

Twijfels over de solvabiliteit van Curalia

De gespecialiseerde verzekeringsmaatschappij Curalia moet drastisch ingrijpen in haar productaanbod. Dat heeft alles te maken met de lage marktrente en de nakende invoering van Solvency II. De maatschappij verzekert hoofdzakelijk extra-legale pensioenen van artsen, apothekers, tandartsen en kinesitherapeuten. Dat gebeurt in een zogenaamde Vrij Aanvullend Pensioen (VAPZ) formule en een RIZIV-contract. Dat laatste is een contract dat vrije beroepers in de medische sector mogen afsluiten als ze geconventioneerd zijn. Beide systemen worden opgebouwd in een tak 21 omgeving, dat is een formule met gewaarborgde rente. Die rente geldt in dit geval tot de einddatum van het contract voor alle reserves die in het verleden zijn opgebouwd.

De bestaande portefeuille van Curalia  is als volgt opgebouwd:

  • Reserves opgebouwd tot en met 1998: gegarandeerd rendement 4,75% tot einddatum van het contract
  • Reserves opgebouwd tot en met 2004: gegarandeerd rendement 3,75% tot einddatum van het contract
  • Reserves opgebouwd tot en met 2011: gegarandeerd rendement 3,25% tot einddatum van het contract
  • Reserves opgebouwd tot en met 2012: gegarandeerd rendement 2,75% tot einddatum van het contract
  • Reserves opgebouwd vanaf 2013: gegarandeerd rendement 2,35% tot einddatum van het contract

De beheerskost voor de contracten bedraagt 6,95%.

Verlaging rendement bestaande reserve

De aanhoudend lage marktrente en de kapitaalsvereiste van Solvency II dwingen  Curalia om erg ingrijpende maatregelen te nemen. De maatschappij vraagt aan alle leden om over te stappen naar Curanova, een nieuw concept met een gegarandeerde rente van 1,5%. Overstappen betekent ook effectief dat de bestaande reserves worden overgedragen naar de nieuwe formule en dus naar de toekomst toe ook slechts 1,5% zullen opbrengen. Die rente is overigens slechts gegarandeerd voor 1 jaar en kan ieder jaar, en voor de volledige reserve,  opnieuw wijzigen. Voor wie in die optie meegaat wil de maatschappij wel de beheerskosten verlagen naar 4,95%.

Voor de klanten die deze aanpassing niet wensen te accepteren draait Curalia de gegarandeerde rente op toekomstige premies naar nul, overigens met behoud van de beheerskost van 6,95%. De maatschappij wil die contracten ook uitsluiten van winstdeelname.

Optie Curanova:

De volledige reserve gaat over naar een nieuw contract met een technische rente die jaarlijks integraal herzienbaar is. Voor 2016 bedraagt de rente 1,50%. De beheerskost bedraagt 4,95%

Optie behoud van de reserve:

De bestaande reserve behoudt zijn contractuele garantie tot einddatum van het contract. De eventuele nieuwe premies krijgen een rente van 0% en worden uitgesloten van winstdeelname. De beheerskost bedraagt 6,95%

Het is dus duidelijk dat Curalia alleszins van de bestaande portefeuille af wil, en wel zo snel mogelijk. De maatschappij zet haar klanten het mes op de keel om nog voor einde september 2015 een keuze te maken. Curalia moet in het laatste trimester van 2015 aan de toezichthouders van de Nationale Bank aantonen dat het  de toets aan de Solvency II-normen aankan en blijkbaar zijn ze daar bij de maatschappij niet echt van overtuigd. Curalia plaatste een waarschuwing voor klanten die niet overstappen naar het nieuwe product in de FAQ op haar website die aantoont hoe ernstig de situatie is: ‘Daarenboven wordt u geconfronteerd met een grotere onzekerheid over de rentevoeten op uw reserves en moet het lidmaatschap en de dienstverlening van Curalia in vraag gesteld worden.’

Dat zinnetje klinkt erg dramatisch en het doet vermoeden dat de financiële stabiliteit van de maatschappij niet gegarandeerd is. De maatschappij verbindt haar toekomst aan de overstapactie naar het nieuwe Curanova-product maar dat is niet meteen het meest aantrekkelijke alternatief op de markt:

  • Het voorgestelde rendement bedraagt slechts 1,50% maar die rente is slechts gegarandeerd voor 1 jaar en wordt voor de ganse reserve jaarlijks herberekend. Als de marktrente laag zou blijven kan Curalia dus het rendement op de integraal opgebouwde reserve eventueel nog verminderen. Als de rente zou stijgen zullen andere gelijkaardige producten die stijging doorrekenen in hun toekomstige premies. Bij Curalia moet dat dan gebeuren voor de ganse reserve. De maatschappij zal daardoor altijd achterop lopen op het ritme van de marktrente.
  • De beheerskosten bedragen 4,95 en zijn daarmee, ondanks de verlaging tegenover de actuele situatie, hoger dan wat conform is op de markt.

Bovendien moeten bestaande klanten van de maatschappij, zeker als ze een substantiële reserve hebben opgebouwd, een zware inlevering doen. De combinatie van een zware inlevering en nieuwe voorwaarden die zeker niet tot de beste van de markt behoren, doen grote vraagtekens plaatsen bij de haalbaarheid van deze operatie. Overigens lijkt ook het intermediair de klanten te adviseren om de bestaande reserve bij Curalia te laten maar voor de nieuwe premies, indien mogelijk, over te stappen naar een andere maatschappij. In de meeste gevallen zal dat ook de meest renderende oplossing zijn. Als dat scenario zich inderdaad voordoet dreigt Curalia met dure reserves achter te blijven terwijl de klanten uitstromen. Het is in dat geval zeer de vraag of Curalia de toezichthouders kan overtuigen van haar solvabiliteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: