Rente: een nieuwe duik naar de bodem | Geert Gielens | Belfius

Gielens_GeertDe Europese rentemarkten namen de afgelopen maand een nieuwe duik naar de bodem. De rente op Belgische overheidsobligaties met een looptijd van 10 jaar zakte met een 25-tal basispunten van 0,70 % einde januari naar 0,45 % op 29 februari. Voor Duitsland kan een negatieve rente op leningen tot 10 jaar zelfs niet meer uitgesloten worden. Momenteel staan de Duitse rentes, die toch de referentie zijn in de Europese geldmarkt, met looptijden tot 9 jaar reeds onder 0. De terugkeer van deze ultra-lage niveaus is het gevolg van twee factoren. Enerzijds heerst er sinds het begin van het jaar een klimaat van afkeer van risico en anderzijds verwacht de markt zich aan een verdere uitbreiding van de monetaire maatregelen van de ECB. Minder goed economisch nieuws werd sinds het jaarbegin vanuit verschillende kanten bekend gemaakt. Dit leidde tot een zichzelf versterkende angstpsychose op de beurzen waar de koersen herhaaldelijk sterk daalden en uiteindelijk vluchtte een deel van de beleggers in veilige activa, overheidsobligaties, en dus daalden de rentes. De angstpsychose vond zijn grondslag in slecht nieuws over een aantal elementen uit de economie. Het begon met de neerwaarts herziene groeiverwachtingen van de wereldeconomie, voornamelijk China maar ook de Verenigde Staten , berichten over de negatieve invloed van de lage olieprijzen op de industrie die aanleiding zou geven tot een toename van faillissementen om te eindigen met geruchten over de stabiliteit en gezondheid van sommige banken in Europa. Natuurlijk is er een vorm van waarheid in de meeste van deze berichten, maar zoals altijd met een angstpsychose wordt het negatieve overdreven en het positieve genegeerd. China zal inderdaad een groeivertraging kennen, maar toch nog steeds groeien met ±6 %. Een lage olieprijs is inderdaad slecht voor olieproducerende landen (zoals ook de VS), maar is een zegen voor de consument, die in Europa en in de VS de belangrijkste factor is in het groeiverhaal. De combinatie van dalende inflatie omwille van dalende olieprijzen en boodschappen van ECBmandatarissen dat ze alles zullen doen om de inflatie naar 2 % te duwen versterken de markt in zijn geloof dat de ECB zijn geldmarktbeleid nog (sterk) zal versoepelen. Uitsluitsel over dit nieuwe beleid wordt op 10 maart gebracht, maar de meeste analisten gaan, naast een aantal technische aanpassingen, uit van een nog negatievere depositorente (naar –0,5 % tot zelfs –0,7 %), extra aankopen van langlopende obligaties (10 miljard euro per maand erbij), een aankoopperiode verlengd tot einde 2017 en een uitbreiding van de lijst van obligaties die gekocht kunnen worden. Uiteindelijk leiden al deze maatregelen tot negatievere korte rentevoeten en lagere lange rentes en daar heeft de markt nu al op geanticipeerd. Uiteindelijk speelt de ECB met zijn versterking van het QE programma een hoog spel. Net zoals in Japan heeft ook de verlaging van de rente in Europa tot nu toe nauwelijks een impact op de groei van de economie, maar het verhoogt wel een aantal risico’s. Door de aanhoudend lage en negatieve kortetermijnrentes wordt de rendabiliteit van alle financiële instellingen (banken, verzekeraars, pensioenfondsen) onder druk gezet. Hierdoor kan een vlotte en goedkope kredietverschaffing in het gedrang komen. Aangezien het in Europa vooral de banken zijn die leningen geven voor de financiering van investeringen en consumptie, hindert een duurdere kredietverlening een snellere economische groei. Met andere woorden, door de zeer lage rentestand, riskeert de ECB de realisatie te bemoeilijken van wat ze wil bereiken: snellere groei. Daarbovenop komt dat de lage inflatie in de huidige periode grotendeels veroorzaakt wordt door de gestage daling van de olieprijzen. De ECB vecht dus tegen (een gevolg van) de lage olieprijs, een factor die ze niet controleert en die potentieel snel kan wijzigen . Een politiek akkoord tussen de verschillende producenten is voldoende om het overaanbod in te perken en de prijs te doen stijgen. Wat gebeurt er in dat geval met de inflatie? Stel dat de olieprijs zou stijgen tot 60 USD per vat. Berekeningen laten zien dat de inflatie dan redelijk snel boven de ECB doelstelling van 2 % zou uitkomen. De ECB moet dan (snel?) zijn geldbeleid omdraaien, de geldhoeveelheid verkrappen en de rente laten stijgen. Wat kan daarvan de impact op de markt zijn? Bestaat er dan niet het gevaar dat de rente zeer snel zal stijgen en dat de obligatieprijzen dus zeer snel zullen zakken, zoals ook in 1994 gebeurd is? Met andere woorden, de ECB wil deflatie bestrijden maar doordat ze geen controle heeft over de oorzaak van die lage prijzen, namelijk de olieprijs, verhoogt ze tegelijkertijd de kans op een deflatie onder de vorm van een obligatiemarktcrash. Aangezien lage olieprijzen een zegen zijn voor de belangrijkste factor van onze groei, de consument, is een verdere versoepeling van het geldbeleid misschien een te roekeloze stap.

Auteur: Geert Gielens & Chief economist Belfius

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.