Een regeling voor ARCO of ook voor andere misleidde beleggers?

In 2011 werd de coöperatie ARCO in vereffening gesteld. Dat was het begin voor een van de politiek meest gevoelige dossiers van de afgelopen decennia. De uitkomst van de zaak is van groot financieel belang voor 800.000 coöperanten die al zes jaar in onzekerheid leven over de terugbetaling van (een deel) van hun spaarcenten. De impact van de uiteindelijke regeling is echter veel breder. De fundamentele vraag die in deze zaak moet beantwoord worden is of spaarders en beleggers die aantoonbaar misleid werden, moeten vergoed worden en door wie dat dan moet gebeuren.

Strikt juridisch is de zaak ARCO in feite simpel. ARCO is een coöperatieve die zichzelf gevoed heeft met de uitgifte van aandelen. Die aandelen zijn, strikt genomen niet ingekleed met een structuur die een, geheel of gedeeltelijke, contractuele kapitaalsgarantie zou kunnen verstrekken. Er is wel een belofte dat de coöperant zijn nominale waarde van de aandelen kan opvragen. In België bestaat een waarborgregeling die spaarders van bepaalde financiële instrumenten – spaarrekeningen en spaarverzekeringen van het type tak 21- tot 100.000 euro waarborgen. Aandelen, zoals die van ARCO, vallen niet onder die regeling. Als ARCO dus in vereffening gaat heeft dat directe gevolgen op de waardering van het aandeel en op de nominale waarde die de spaarder kan terugvragen.

Historische nuancering

Wie de historiek van deze zaak goed bekijkt beseft dat er iets meer nuance nodig is om tot een evenwichtig oordeel te komen. Het is echter die nuance die de gevolgen van een regeling doet uitwaaieren naar een veel bredere doelgroep dan enkel de ARCO-coöperanten.

ARCO is in feite een structuur die gebruikt werd om het vroegere BACOB te laten uitgroeien tot een volwaardige bank. Die groei ging gepaard met een stevige herprofilering. Het oubollige merk werd gedumpt voor het prestigieuze Artesia en daarna Dexia om uiteindelijk Belfius te worden. De spaarders die ARCO-aandelen kochten, kunnen maar moeilijk als risicobeleggers worden gecatalogeerd. Het bedrag van hun inleg was beperkt, het potentiële rendement was dat evenzeer. Het profiel van deze mensen is veeleer dat van een brave huisvader cq -moeder die de zekerheid van zijn of haar vertrouwde bank verkiest en profiteert van een, al bij al beperkt, fiscaal voordeel. Het uitgekeerde dividend is immers ,begrensd, fiscaal vrijgesteld.

De bankencrisis grijpt Dexia stevig bij de keel. De bank wordt een comateuze patiënt en de verwevenheid met de Franse aandeelhouder is niet meteen de makkelijkste positie om de zaak snel recht te trekken. In de nasleep van de teleurgang blijkt dat het management van Dexia enig casinokapitalisme niet vreemd was. Dat was echter wel een spelletje waaraan de ARCO-belegger, allicht nietsvermoedend,  werd blootgesteld. Erger nog, in 2008 kregen de beleggers een extraatje van 350 miljoen euro aan het hemd genaaid door een schimmige deal die moest dienen om de bank alsnog in leven te houden. De vereffing van ARCO in 2011 maakt een pijnlijke spagaat duidelijk. Het is ontegensprekelijk dat de ARCO-spaarders een vermoeden van zekerheid, zelfs van garantie, kregen ingelepeld, zowel door het management van de coöperatieve, het management van de bank als de federale overheid. Het is evenzeer duidelijk dat het beleggingsvehikel waarover zij beschikken, geen recht op die beloofde zekerheid verleent.

Politieke oplossing

Er rest dus enkel om een politieke oplossing uit de impasse te zoeken en die pogingen slepen ondertussen al zes jaar aan. De fictie om het garantiestelsel voor spaardeposito’s aan te spreken werd door Europa teruggefloten. Fiscalist Michel Maus kwam met een origineel voorstel om de belastingsvrijstelling voor het dividend uit te breiden naar het ingelegd kapitaal. Aandeelhouders van ARCO zouden dan, na de vereffening,  een recht op belastingvermindering krijgen, gelijk aan het niet- gerecupereerde deel van de inbreng. Het voorstel van Maus verplaatst de last van de compensatie naar de gemeenschap. Onder meer daarom, maar ook omdat de fiscale maatregel als verdoken steun aan een coöperatie kan bekeken worden,  kwalificeren andere topfiscalisten het voorstel ook als niet toelaatbaar voor Europa.

Het dossier is politiek uiterst gevoelig. Vooral CD&V heeft hier nogal wat te verliezen. Veel ARCO-coöperanten komen allicht uit de belangensfeer van de partij. Om CD&V aan boord te houden is er voorlopig een virtuele enveloppe van 600.000 euro afgesproken voor de compensatie.  Het is echter niet duidelijk wie dat bedrag moet opbeuren. Het volstaat ook helemaal niet om de beloofde 100% terugbetaling hard te maken.

Problematiek is veel breder dan enkel ARCO

De eventuele regeling voor ARCO doet ons teruggrijpen naar de basisvraag: moeten spaarders en beleggers die onmiskenbaar misleid werden, vergoed worden en door wie. Die vraag heeft niks te maken met het feit dat die belegging gebeurde in een coöperatieve structuur.  De oplossingen die momenteel gesuggereerd worden gaan nochtans wel in die richting, allicht om de amplitude ervan beperkt te houden. Het antwoord op de vraag heeft ook te maken met de trage rechtsgang in dergelijke zaken en de sociale ellende die daardoor ontstaat.

Om duidelijk te maken hoe ver deze zaak kan waaieren en wat de impact is van de trage rechtsgang geven we een voorbeeld uit de praktijk. Het gaat over een zaak die nog aanhangig is voor de rechtbank . We gebruiken daarom fictieve namen om de belangen van partijen niet te beïnvloeden. We spreken ons ook nergens uit in het voordeel of nadeel van partijen. Het is een de rechtbank om daar een oordeel over te vellen.

Mevrouw X en een belegging in Quality Investments

Mevrouw X is een alleenstaande moeder met een getalenteerde tienerdochter. Mevrouw X heeft het echter financieel moeilijk. Ze heeft schulden omdat ze een bedrijfje startte en dat liep al snel fout. De vrouw heeft een huisje en haar bankier-verzekeringsmakelaar raadt haar aan om dat te verkopen en zo haar schulden aan te zuiveren. Mevrouw X volgt het advies. Ze houdt, na de verkoop en de aanzuivering, nog 75.000 euro over en dat bedrag wil ze graag veilig beleggen om de toekomst van haar dochter te verzekeren. Die wil namelijk naar de circusschool maar dat kost bakken geld.

De bankier-verzekeringsmakelaar komt met een voorstel om te beleggen in een tak 23 product van een kleine Belgische verzekeringsmaatschappij. Die hebben een fonds dat belegt in zogenaamde life settlements. Dat zijn kortlopende overlijdensverzekeringen op het hoofd van oude of zieke Amerikanen. Verzekeringsnemers die alsnog een financiële bonus willen cashen voor hun overlijden, verkopen hun polissen aan gespecialiseerde platformen. Die nemen de rechten en plichten over, met andere woorden, ze betalen de premie en krijgen bij overlijden het kapitaal uitgekeerd. Het handeltje in life settlements is bijzonder omstreden. In de ganse productieketen zitten nogal wat ontransparante tussenstations die hun deel van de koek nemen en de kans op fraude groter maken. Om een life settlement succesvol te kunnen afronden heb je ook actuarieel nauwkeurig afgetoetste overlijdensstatistieken nodig. Bovendien heb je voldoende spreiding nodig. Experts gaan ervan uit dat je minimaal twintig contracten moet poolen om die spreiding gezond te houden. Dat betekent dat je ook twintig polissen moet afkopen en de premies ervan moet betalen. Vaak gaat het over grote bedragen.

Het is duidelijk, zelfs zonder een expert te zijn, dat het hier over een complexe structuur gaat die fraudegevoelig is en een potentieel hoog beleggingsrisico inhoudt.

Toch adviseert de bankier-verzekeringsmakelaar mevrouw X om in te stappen in Quality Investments (QI). Dat is een life settlementsplatform dat werd opgebouwd door de Nederlanders Frank Laan, Dennis Moens en de advocaat Koen Blom. Laen en Moens hebben het enorme  commerciële potentieel van het concept gezien. Zij bouwen een structuur op met de Amerikaanse Deborah Peck. Zij beheert een trust op Aruba die als draaischijf voor het geld zal dienen. Het trio is erg creatief. Ze beschikken niet over voldoende kapitaal om de spreiding over voldoende polissen te realiseren maar dat vangen ze op via een tegenverzekering. Een polis volstaat. Als de verzekeringnemer toevallig langer zou blijven leven is het niet de pool die dat opvangt maar de tegenverzekering keert het kapitaal uit. Briljant idee, maar totaal onrealistisch. De herverzekeringsmaatschappij die de tegenverzekering moet leveren, PCI, blijkt achteraf niet te bestaan en de vermeende oprichter ervan zit ondertussen in de VS een celstraf van dertig jaar uit voor fraude.

Wie het concept van QI voldoende analyseert ziet snel de gevaren en de inconsequenties. Maar aan de oppervlakte hebben Laen, Moens en Peck de perfecte garantie gecreëerd. De verzekeringsnemers in hun polissen zullen snel sterven en dan is het bingo. Als ze niet snel sterven keert de tegenverzekering uit en dan is het ook bingo.

Laen en Moens zijn geweldige verkopers. Ze pakken het QI-verhaal met veel blingbling in en rollen het met succes uit bij de rich&famous in Nederland. Het duo is onder meer vaste klant tijdens de Millionairs Fair. In België pikt de verkoopsnetwerken Fides en Confides van Erik Duinslaeger het concept op. Zij voegen een belangrijk element toe aan het concept van Laan. Ze verpakken het zogenaamde fonds in een verzekeringsstructuur. Daardoor komen ze in een veel minder strenge regelgeving terecht. Ze creëren een aureool van veiligheid en ze kunnen hun handeltje verder stuwen met uiterst riante commissievergoedingen. Maar ook de klant wordt ogenschijnlijk gepamperd. Een quasi zekerheid op snelle en aanzienlijke meerwaarde en een jaarlijkse gegarandeerde opbrengst van 8%.

Ongeveer 600 goedgelovige Belgen stappen in, in het concept. Allicht zijn er daarnaast nog een aantal die liever niet bekend zijn.  Ook mevrouw X  stapt, op advies van haar ervaren bankier-verzekerinsgmakelaar in met al haar spaarcentjes. QI blijkt in 2011 een lege doos te zijn en gaat overkop. Daarmee gaat meer dan 200 miljoen euro in rook op. In de periode daarna ontstaat, zowel in België als in Nederland, een vaudeville aan belangenverenigingen, waarbij zelfs de verkopers van het product zich als witte ridders opwerpen.  Het parket van Gent schijnt de affaire aanvankelijk serieus te willen nemen maar seponeert uiteindelijk de zaak. Ze verwijzen de verweesd achtergebleven beleggers naar de gerechtelijke procedure die in Nederland nog loopt tegen de oprichters.

Mevrouw X blijft echter, als een van de enigen,  niet bij de pakken zitten. Ze daagt haar bankier-verzekeringsmakelaar voor de rechtbank. In 2015 spreekt de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brugge een vonnis uit in haar voordeel. De bankier-verzekeringsmakelaar moet 75.000 euro, vermeerderd met gerechtelijke en wettelijke intresten sedert 2012, betalen en draait ook op voor de kosten van het geding. De bankier-verzekeringsmakelaar tekent beroep aan tegen die beslissing.  In principe moest dat  beroep vorige maand behandeld worden maar wegens ziekte van de gevatte rechter is de zaak uitgesteld naar 2018!

Nood aan structurele oplossing voor misleidde beleggers

Mevrouw X belegde in 2010, geadviseerd door haar bankier-verzekeringsmakelaar, al haar financiële reserves in een bijzonder dubieus en risicohoudend product. Net als in de zaak ARCO kunnen we er echter van uitgaan dat mevrouw X dacht dat ze in een veilige en ook rendabele belegging stapte, met een vaste jaarlijkse coupon. Het beleggingsvehikel gaat over kop en mevrouw X is haar spaargeld kwijt en komt financieel opnieuw in de problemen. Het onderzoek van het parket levert niks op en als ze uiteindelijk toch gelijk krijgt van de rechtbank, komt ze in de gerechtelijke draaimolen terecht die een definitief uitsluitsel ten vroegste in 2018 mogelijk maakt. Gelukkig heeft ze een rechtsbijstandsverzekering die de kosten van haar advocaat betaalt.

Indien de politiek besluit dat er een oplossing moet komen voor ARCO is dat bij uitbreiding toepasselijk voor dit soort tragische gevallen. De gevolgen zijn dan verregaand. We kunnen niet bij ieder vermeend fraudegeval met een ad hoc oplossing komen. Ondanks de verstrengde wetgeving neemt het aantal fraudegevallen sterk en snel toe. Dat op zich is een pleidooi om een structurele oplossing te formuleren voor iedere belegger of spaarder die aantoonbaar misleid is. De verantwoordelijkheid van de betrokken institutionele partijen is daarbij niet zonder belang.

De afwikkeling van dergelijke gevallen moet ook veel sneller kunnen gebeuren dan vandaag het geval is. Zowel in het geval van ARCO als bij mevrouw X sleept de procedure onacceptabel lang aan. Vaak komen eenvoudige en goedgelovige mensen die hun laatste spaarcentjes aan hun adviseur toevertrouwd hebben, in een financiële nachtmerrie terecht. De gerechtelijke toets in dergelijke zaken is fundamenteel maar het gebrek aan expertise, bestaffing en organisatie zijn vandaag oorzaak van sociale drama’s. Een goed uitgebalanceerde en snel toepasbare regeling kan die drama’s voorkomen. Ondertussen kan het gerecht de tijd nemen om de verantwoordelijkheid te leggen waar ze thuishoort.

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.