Polissen SEB Life International nietig verklaard.

De rechtbank van Koophandel in Brussel heeft de Ierse verzekeraar SEB Life International veroordeeld tot de terugbetaling van ongeveer 9 miljoen euro aan een groep van ongeveer 100 Belgische klanten. Zij werden verdedigd door de advocatenkantoren WTT Law Firm van Robert Wttrwulghe en het kantoor van meester Arnauts. De klanten belegden in een zogenaamde unit-linked levensverzekeringspolis, dat zijn polissen waarvan de onderliggende waarde gekoppeld is aan een of meerdere beleggingsfondsen. De rechtbank verklaarde de polissen waarin de klanten belegd hebben nietig. SEB Life moet dus de premies terugbetalen. Ze krijgen geen interesten op de belegde sommen en er komen ook geen schadevergoedingen. De polissen werden in 2009 en 2010 afgesloten.

Financieel weegt dit vonnis dubbel op SEB Life International. De negen miljoen euro zijn ooit geïncasseerd maar ze zijn verder geïnvesteerd in het fonds Elix-10. Dat fonds is ondertussen echter opgedoekt. SEB Life International kan de claim dus niet recupereren via een verkoop van eenheden in het onderliggende fonds. Wij hebben Head of International Sales & Marketing Europe Conor Mc Carthy om een standpunt gevraagd maar de topman reageert voorlopig niet.

Over het concrete vonnis nemen we hier nog geen standpunt in. De rechtbank zou van oordeel zijn dat de beleggers zich, op basis van de informatie die hen verstrekt werd,  geen correcte inschatting konden vormen over het risico van de belegging. We willen echter eerst de argumentatie en de motivatie grondig bekijken.

De zaak tegen SEB Life heeft alleszins een stevige precedentswaarde. De veroordeling gaat over amper een fractie van het marktaandeel van SEB Life International in België. Uiteraard heeft de verzekeraar een zeer gediversifieerde fondsenportefeuille maar op basis van onze ervaringen in het verleden zitten daar nogal wat andere toxische producten bij. Daar is ook een historische reden voor.

Vrijheid van dienstverlening verhindert efficiënte toetsing

SEB life is het vroegere Irish Life International (ILI), destijds een dochterbedrijf van Irish Life & Permanent. ILI was specifiek opgericht om activiteiten te ontwikkelen in West-Europa. Vooral in België, Italië, Spanje, Finland en deels ook in Nederland lukte dat met redelijk succes. De maatschappij werd in 2011 overgenomen door de Zweedse groep SEB Life maar dat veranderde nauwelijks iets aan de strategie. Het management bleef gewoon zitten en de operationele werking  bleef behouden.

Seb Life International werkt onder het regime van Vrijheid van Dienstverlening en is georganiseerd op basis van Ierse rechtsprincipes. Uiteraard moeten ze een aantal belangrijke rechtsregels van het land waar ze activiteiten ontwikkelen, respecteren. Toch is de impact van de Belgische overheid beperkt. Dat blijkt duidelijk uit een antwoord van eertijds minister van Financiën Didier Reynders (Open VLD) op een vraag van senator Wille (Open VLD) over Irish Life International.

Desalniettemin heeft de CBFA in 2008 en 2009 binnen haar beperkte bevoegdheden een onderzoek gedaan naar de conformiteit met de Belgische wetgeving van de verzekeringsproducten die Irish Life Insurance in België aan de man brengt. Dit beperkt toezicht laat de CBFA evenwel niet toe om toezicht uit te oefenen op de waarde van de desbetreffende producten. De CBFA kan wel met de Ierse toezichthouder contact opnemen om meer informatie te bekomen. Op basis van concrete Europese afspraken kunnen toezichthouders onder strikte voorwaarden onderling informatie uitwisselen. Deze contacten tussen toezichthouders vallen onder het beroepsgeheim. Hierdoor hebben we vandaag geen concrete elementen die ons toelaten te bevestigen dat er een probleem is met de betrokken levensverzekeringscontracten, maar ik ben bereid een meldpunt op te richten in samenwerking met de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen. Klanten die vragen hebben over deze producten, moeten niet alleen terechtkunnen bij hun bemiddelaar, maar ook bij de betrokken verzekeringsonderneming zelf. Dit is niet eenvoudig wanneer het om buitenlandse verzekeringsondernemingen gaat, maar dat is nu eenmaal een rechtstreeks gevolg van de Europese regels inzake het vrije dienstenverkeer.

Didier Reynders

Ierse maatschappijen vullen vacuüm van Luxemburg in

In ons land profiteerde Seb Life International eerder toevallig van een aantal marktomstandigheden, om snel een stevige productie binnen te halen. Dat heeft alles te maken met de ontbolstering van de markt voor levensverzekeringen. We schetsen even een korte historiek.

Tot 1987 bleven levensverzekeringen in ons land decennialang vastgekluisterd in dezelfde conservatieve principes. De producten waren saai en de belangrijkste stimulans om in te stappen was de fiscale aftrekbaarheid of de verplichting van de bank om een hypotheeklening af te dekken met een overlijdensverzekering. Dat veranderde in 1987 met de invoering van de wet op het pensioensparen (retroactief naar 1986 zelfs) Zowel de verzekeraars als de banken wilden een portie van die vette kluif meegraaien en dus konden de Belgen plots kiezen tussen een financiële oplossing in een verzekeringsjasje of in een bankjasje. Levensverzekeringen moesten plots de concurrentie aangaan met bancaire producten. Dat veranderde de klassieke argumentatie maar ook de kostenstructuur en de manier waarop de contracten beheerd werden. Toch bleef het aanbod bij de verzekeraars vrij steriel.

In 1993 veranderde dat drastisch. De herpositionering van de sector kreeg een stevige boost door een paar nieuwe technieken die vanuit Engeland de plas over staken. De Universal Life techniek liet toe om een veel efficiënter beheer te voeren waardoor de kosten in principe konden gedrukt worden. Unit Linked veroorzaakte een revolutie in de branche. Plots was het mogelijk om het rendement van levensverzekeringscontracten te koppelen aan beleggingsfondsen. Het werden op dat moment effectief verkapte financiële producten.

De regelgeving in België was totaal niet aangepast aan die innovatie. Het KB leven bevatte in 1993 exact twee artikels over de zogenaamde tak 23. Niemand had echter echt veel haast om die regelgeving snel strikter uit te werken. Dat wettelijk vacuüm veroorzaakte nogal wat onzekerheid. Tegelijkertijd zagen een aantal banken en verzekeraars een enorme opportuniteit. In Luxemburg was de regelgeving veel innovatiever en slim opgebouwd. De Luxemburgse overheid zag de kans om een stevige instroom van kapitaal te organiseren via tak 23. Tegelijkertijd voelde de Belgische financiële sector de druk toenemen om de enorme niet fiscaal bekende kapitalen te regulariseren en ze zagen een alternatief in de tak 23. Zowat iedere bank en vermogensbeheerder had al snel een uiterst productieve Luxemburgse verzekeringsdochter of minstens een hechte samenwerking met een Luxemburgse levensverzekeringsmaatschappij.

Tripartite structuur is bron van bedenkelijke creativiteit

Contracten in Luxemburg zijn gebaseerd op de zogenaamde tripartite veiligheidsstructuur. Het beheer van het verzekeringscontract, het beheer van het vermogen en de bewaring van het vermogen moeten door drie verschillende institutionelen gebeuren. Dat inspireerde een paar gehaaide intermediairs om de contracten totaal te ontvlechten. Ze sloten lucratieve deals met verzekeraars en deden hetzelfde met de vermogensbeheerders die, op basis van een bepaald productievolume, bereid waren om fondsen op maat te leveren. Met dat aanbod trokken de zogenaamde masterbrokers naar de Belgische makelaars. Hun belangrijkste argument waren ongezien hoge commissies en allerlei snoepreisjes en andere feestelijke vergaderingen.

De masterbrokers gingen zwaar met mekaar in concurrentie en dat leidde tot een grote creativiteit in het structuren van de gekste fondsen. De toekomstige opbrengst van teakhoutplantages, oude wijn en classic cars, kredieten op aankoop van Engelse landbouwmachines, hoogkwalitatieve whisky en zelfs overgenomen polissen overlijden van hoogbejaarde Amerikanen. Het werd allemaal in fondsen gestopt met een fantastisch verkoopsverhaal erachter maar vooral ondersteund met waanzinnig hoge vergoedingen voor de verkopers.

Elix, het fonds waar het in de zaak SEB Life International over gaat, hoort eigenlijk minder in dat rijtje thuis. Het fonds is namelijk gekoppeld aan de prestaties van een officieel erkende beurs, de valutabeurs Forex. Die handel is op zeer korte termijn enorm gegroeid en is momenteel de grootste beurshandel ter wereld. Forex verloopt puur digitaal. De brokers die er actief zijn maken vaak gebruik van hefbomen wat het tot een uiterst risicovolle activiteit maakt, waar niet-professionelen niks te zoeken hebben. Er is echter veel geld te verdienen en dat trekt malafide figuren aan.

Luxemburg reguleert, Ierland profiteert

In Luxemburg zagen de financiële marktbewakers CSSF en CAA dat het fout zou lopen met de creativiteit in de tak 23. Ze grepen snel in en verstrengden de regelgeving op de zogenaamde toegewezen fondsen (fonds dédiés) door onder meer risicocategorieën aan te brengen en die te koppelen aan het begrip gekwalificeerde belegger. Die opdeling is gebaseerd op het vermogen dat een belegger kan aantonen. Dat kwam de masterbrokers slecht uit omdat zij via hun netwerk nogal wat kleinere klanten bedienden. De oplossing was echter snel gevonden. De Ierse verzekeraars moesten geen rekening houden met die strengere normen. Zij namen op korte tijd de plaats van Luxemburg in binnen het wereldje van de masterbrokers. Onder meer SEB Life International en Hansard Global plc konden aan een snelle commerciële groei beginnen.

Masterbrokers over kop

De eerste generatie van masterbrokers sneuvelden toen de financiële crisis losbrak. Klanten wilden weten wat er met hun centen gebeurden en die achterdocht doorprikte de schone schijn. De twee martleiders Masterfinance en Kobelco struikelden en gingen over kop. Moneyclip werd overgenomen door sectorgenoot Evest. Oprichter Erik Duinslaeger verkaste mee en raakte al snel zwaar in conflict met Evestbaas Dominique Dejaen. Het zou ook het einde betekenen van beide platformen.

Ondertussen was er een tweede generatie masterbrokers opgestaan. Han Coppens had de knepen van het vak geleerd bij Kobelco. Hij startte Arlis Investments op en SEB Life International werd een van zijn belangrijkste verzekeringsmaatschappijen. In Turnhout startte BFD door na een eerste faillissement. En in Zandhoven was ex-medestichter van Moneyclip Toon Cochet betrokken bij D&D Financials. De rode draad was eenvoudig. Ook deze generatie gebruikte de levensverzekeringsmantel van onder andere SEB Life International als vehikel om dubieuze maar stevig kostengeladen fondsen in onder te brengen. Ook de tweede generatie masterbrokers sneuvelde. De reden is simpel. De fondsen die in de polis gekoppeld worden en de kosten die verrekend worden om de hoge commissies te betalen, zetten al snel de poliswaarde onder druk. Klanten beginnen zich vragen te stellen en willen uiteindelijk afkopen. De meeste van deze vreemde constructies hebben echter een drempel van 5% lock-up. Als meer dan 5% van het belegd vermogen van het fonds wordt opgevraagd, gaat het fonds op slot en zijn er, in principe tijdelijk, geen opvragingen meer mogelijk. Dat versterkt echter de onrust nog meer. Vaak stopt dan ook de instroom van vers geld waardoor het fonds niet meer onder de drempel van 5% kan komen.  De consequentie is drastisch. De verzekeraar blijft de poliskosten door rekenen maar kan die niet meer uit de geblokkeerde fondsen halen. Veel klanten hebben daardoor een stevig negatief saldo opgebouwd bij SEB Life International. Dat kunnen ze vaak niet meer compenseren met de reserves uit de fondsen omdat die uiteindelijk hun vermogen zien uithollen en over kop gaan. De belegger blijft dan achter met een verdampt belegd vermogen en met een openstaande kostenrekening.

Vonnis is precedent

SEB Life is in Brussel veroordeeld in een zaak waar honderd beleggers bij betrokken zijn. De verzekeraar heeft in België echter duizenden, zoniet tienduizenden klanten waarvan velen in dezelfde situatie zitten. Het vonnis van Koophandel in Brussel kan dan ook een belangrijke precedentswaarde hebben. SEB Life International startte zijn groei in 2008 maar bleef ook na de tweede generatie masterbrokers actief in de markt aanwezig, via individuele aanbrengers. De fondsen in de contracten hebben meestal een duurtijd van acht jaar of meer. Daar is een goede reden voor. De maatschappij keert een aanbrengcommissie en een beheerscommissie uit. De eerste is eenmalig, de tweede jaarlijks. De aanbrengcommissie kan oplopen tot 6% maar de recuperatie naar de klant toe gebeurt over een periode van acht jaar. De motor om die recuperatie te laten slagen moet dus acht jaar draaien.

upfront-ili

Een aantal klanten zijn ondertussen geconfronteerd met een polis waarvan de fondsen geblokkeerd zijn. Een aantal zullen allicht pas op einddatum van hun belegging zien dat er veel geld verdampt is. De verantwoordelijkheid van de verzekeraar is verschroeiend. Zij zullen zich allicht verschuilen achter het argument dat ze enkel de verzekeringsmantel leveren. Dat argument houdt echter geen steek. SEB Life International analyseert alle fondsen die het toevoegt aan zijn gamma. Dat moeten ze doen om de poliswaarde te kunnen berekenen. Ierland beschikt niet over de intelligente systematiek van fonds dédiés,  die in Luxemburg gebruikt wordt. De analyse van fondsen passeert ongetwijfeld bij de compliance van de maatschappij. Blijkbaar werkt die meestal bijzonder strenge filter niet echt als het over de ethische beoordeling van het onderliggend actief in de fondsen gaat. De maatschappij kan zich allicht aan een lange reeks juridische claims verwachten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.